donderdag 31 oktober 2013

Onderhoud in Trinidad

Inmiddels zitten de eerste 2 dagen op de wal er alweer op. De afgelopen week was het een druk heen en weer gevaar met de bijboot van onze ankerplek naar de diverse werven en bedrijven. 

Bij het rondtuffen zien we een ex-Marine schip met de Nederlandse driekleur en gaan erop af. Het blijkt de voormalige HMS van Straelen te zijn, nu in prive bezit. De eigenaren blijken 2 Rotterdamse broers te zijn, Ben en Ron en tesamen met een partner hebben zij de ex-mijnenveger gekocht. Het plan is na de nodige testvaarten de boot naar Nederland te varen en daar wordt ze helemaal van binnen gestript en vernieuwd. Ons "Marine bloed" kriebelt en we krijgen een toer door het schip. Het is leuk om de watervaste deuren met knevels te zien, de brug met de telegraaf, maar ook in het vooronder zijn de tampadjes (bedden) nog origineel. Het zijn gezellige gasten en we drinken regelmatig een biertje bij hen aan boord. Een prettig gevoel vindt Niels, nu hij op een Marine schip kan zitten zonder enige functie of verantwoordelijkheid. 

Elke dag om 08.00 uur is erop de marifoon een zg. cruisers net. Via deze manier worden de cruisers op de hoogte gehouden van nieuws en evenementen. Het is tevens een soort van marktplaats, dingen te koop of gratis af te halen. Op de zaterdag blijkt er een versmarkt in Port of Spain te zijn. Zodoende zitten we die zaterdagmorgen om 06.00 -wat niet meevalt- in een taxibusje. Volgens mij waren we niet de enige die bij moesten trekken, want het was erg rustig onderweg. De slogan: "op de markt is Uw gulden een daalder waard" gaat in Trinidad niet echt op. Het fruit en de groentes zijn behoorlijk aan de prijs, maar valt de prijs van de vis weer mee. Het vlees trekt ons niet en laten we voor wat het is. We zijn al van die zeikerds als het om vlees gaat en laten de koeiekoppen, varkensstaarten en andere onderdelen voor de liefhebber. De soep van de dag was "cow heel" soep. Als je het snel zegt, lijkt het een lekker Chinees soepje, maar dat was het dus niet....We houden het lekker bij de lokale fast food snack, "Doubles". Deze worden in kleine stalletjes verkocht. Het zijn 2 kleine pannekoeken met een vulling van kikkererwtencurrie, erg lekker, maar met je handen vol met spullen lastig om te eten.


Helaas geen marsepein......, want dan hadden ze een goede klant aan ons gehad. 

Op zondag zijn we samen met 010 de toerist uit gaan hangen.  Zij hebben een kennis Henry, afkomstig uit Singapore, en hij speelt onze gids. Zo zien we Port of Spain, de hoofdstad en de commerciele haven van Trinidad. Veel oude gebouwen gebouwd onder Engelse invloed, een heel modern theater wat wel wat weg heeft van het Opera House in Sydney, alleen uitgevoerd in glaswerk en staal. Gelukkig ook veel groen, een botanische tuin en velden waar kinderen kunnen sporten. Richting Chaguanas komen we terecht op een bazaar van de Hindoestaanse gemeenschap. Het is de maand van het Licht, officieel Divali en na bijna een maand vasten wordt het nu feest. Veel traditionele kleding te koop, lekker Indiaas eten, dus kaassie voor ons. We rijden nog verder richting San Fernando, halverwege het westelijk gedeelte van het eiland en gaan er de berg op. Weer een prachtig uitzicht richting Venezuela en Port of Spain.


                                       Port of Spain - Trinidad

Terugkomend op onze tijdelijke walplaatsing treffen we het niet met het weer. De maandagochtend verloopt soepel we gaan anker op en hangen om 10.00 uur in de hijsbanden. Alles wordt professioneel door de werf Peake aangepakt. De onderkant van de boot ziet er schoon uit, dankzij ons verblijf op het zoete water van de Surinamerivier. Met een hogedrukspuit wordt de onderkant nog een keer schoongespoten en daarna krijgen we onze plek op de kant. Niels sluit de walstroom aan en we kunnen weer onbeperkt stroom en water gebruiken. Het is weer even wennen aan het slapen op de wal, hier geen deining of verkoelend briesje. Daarvoor in de plaats krijgen we het gezoem van muggen en zijn er zandvlooien, dit keer is Niels de klos. We zijn het er over eens UnWind hoort in het water en wij eigenlijk ook. We hangen iets naar achteren met de boot, dus wordt het voeteneind weer hoofdeind.

De UnWind gaat uit het water in Chaquaramas en dus voor ons werk aan de winkel.

Door de vele regen is het net kamperen bij de boer. Het is een natte blubberbende rondom de boot. Je neemt een stap en gelijk zit je slipper vastgezogen. Je kan wachten op de fatale stap, die je met een rotklap tegen een van de stutten van de boot laat vallen.
Tussen de buien door proberen we zoveel mogelijk te doen. Het klussen op zich is niet erg. Je loopt lekker in oude zooi, waar je onbeperkt je handen aan af kan vegen. De grote ergenis is het wachten op mensen, die je altijd beloven vandaag nog te zullen komen. Zeker met dit weer komt er geen hond (lees leverancier) opdagen. Je bent dan ook alleen maar bezig mensen achter hun broek aan te jagen.
Soms kan een 15 meter schip behoorlijk klein zijn, maar met het schuren komt er geen eind aan. Alles moet met het handje, want natuurlijk hebben we allerlei gereedschap bij ons, maar geen vlakschuurmachine! Verhuren doen ze hier niet aan, want dan gooien ze hun eigen glazen in, met hun diensten. Na een hele dag onder de boot te hebben gewerkt kost het weinig moeite om als paarse Piet door het leven te gaan. Misschien leuk voor Nederland, waar de discussie over de "zwarte" zo hoog oplaait. 

woensdag 23 oktober 2013

Trinidad & Tobago

Gisteren op maandag 21 oktober aangekomen in Chaguaramas, Trinidad. We hebben hiervoor eerst 2 weken in Tobago rondgekuierd. De beide eilanden behoren tot 1 land, waarvan Tobago het kleine zusje is. De eilanden liggen boven de kust van Venezuela. Tobago is een langgerekt groen eiland, waar de noordoostkant hoog en heuvelachtig is. Hier ligt Charlotteville, letterlijk aan het eindstation van de bushalte. De baai is besloten en je kunt er heerlijk zwemmen en snorkelen. Het dorpje is eenvoudig en laid back. Het Rasta gehalte is er hoog en men maakt zich zeker niet druk. De vissers gaan met kleine open bootjes de zee op en de manier waarop gevist wordt noemen ze seine vissen. Aan beide kanten van de boot zitten bamboe "hengel" met daaraan een haak. That's it! Het kost alleen een hoop benzine voor de dikke motoren die er achterop zitten, maar die is gelukkig niet duur.


 Het dorpje Charlotteville aan The Man of War Bay in Tobago met links 
 Pirate Bay waar we voor anker lagen.

De bus, die om de 2 uur naar Scarborough rijdt, kronkelt via de bergachtige smalle weggetjes naar beneden richting het zuidwesten. In de hoofdstad is het een drukte van belang. De kleurrijke bevolking, waarvan de vrouwen met prachtige haarstukken of gevlochten kapsels, kunstwimpers en gell nagels lopen, hebben totaal geen gene om te laten zien wat ze in huis hebben. Ze persen zich in (te) kleine lycra topjes en stretchhhh spijkerbroeken. Ik krijg het al spaans benauwd als ik het zie. 
Cafe "Ciao" schenkt heerlijke echte Italiaanse koffie met ZA worteltjestaart, die we al zwetend er weer af lopen, als we het Fort van King George, wat natuurlijk op een heuvel ligt, bezoeken. Het is mooi onderhouden met een prachtig uitzicht.


               Fort King George, met Scarborough op de achtergrond

Eindelijk komt de monteur van Cummins voor onze generator langs. Een vrolijke gast, Freddy, die per vliegtuig van Trinidad naar Tobago (20 minuten vliegen) overkomt. Een leuke klus: vlucht, maaltijden, hotelovernachting en dan met de huurauto naar Charlotteville. Ik ben blij dat dit onder de garantie valt. Niels pikt hem 's morgens om 08.00 met de bijboot op. Hij vervangt het uitgesleten vliegwiel en na een uurtje draaien van de generator wordt deze weer gezond verklaard. Freddy zelf is nog nooit op Tobago geweest en hij biedt aan om met ons rond te rijden. We pakken dit keer de noordelijke route, daar waar de bus niet komt. Ook hier kronkelt de weg door het landschap, zoals we kennen van de Blauwkrans pas bij ons in Tsitsikamma. We rijden door dorpjes zoals Bloody Bay, Parlatuvier Bay, Englishman's Bay en Castara Bay. De een voor de ander plaatjes om te zien, maar soms vrijwel uitgestorven.


                            Bloody Bay - Tobago

We bieden Freddie een lunch aan en wij krijgen op onze beurt een cd die we -volgens hem- niet mogen missen in onze collectie. Het is lokale Soca muziek in kerstuitvoering...... Aan het eind van de dag vertrekt Freddy met het vliegtuig en wij pakken de bus terug naar C'Ville. Het is een drukte van belang bij de busterminal. Tientallen kinderen, in schooluniform, die ook weer naar huis moeten. De bus vertrekt 1,5 uur later dan de tijdtabel, maar niemand, behalve wij, die zich daar druk overmaakt. 


De lokale derby tussen C'Ville en Speyside. Elftallen gecombineerd met F-jes en A-spelers. Met name aan de zijlijn (ouders.....) ging het er fanatiek aan toe.

Ook al zijn Trinidad en Tobago hetzelfde land, we moeten toch weer uitklaren in Charlotteville om dan in Trinidad weer in te klaren. We gaan niet direct naar Trinidad, maar zeilen op zaterdag tussen de buien door naar Store Bay. Dit ligt aan de zuidwest kant van het eiland en een prima uitgangspunt om de oversteek van "maar" 60 zeemijl te maken. 


                     Zeilend passeren we de noordkant van Tobago.

We spenderen een heerlijke zondag bij Pigeon Point, wat uitkijkt over Buccoo Reef. We toppen er de laatste jerry cans met diesel op, want de diesel pomp in C'Ville was leeg, gek he!  


Het Buccoo rif op de achtergrond en pelikanen in het water, wat wil je nog meer.

Op maandagochtend gaat de wekker om 04.30 en we gaan richting Trinidad. Het is nog donker en het weer is buiig, waar we op het juiste moment gebruik van maken om mee te liften met de wind van achteren. De TT Spirit, de fast ferry vanuit Tobago naar Trinidad komt met 35 knopen voorbijgesneld. Deze "doet" de afstand Tobago-Trinidad in 2,5 uur, de SY UnWind 11 uur. Ach, wij hebben de tijd. Niels gebruikt de overtocht om het RVS te poetsen en alles glimt weer als een spiegel en ik ben heeeeel druk bezig met de navigatie en sta/lig op de uitkijk.
Chaguaramas op Trinidad ligt aan de baai van Paria en je ziet aan de overkant Venezuela liggen. Het is hier een drukte van belang met ferries, tankers, vissers en jachten. Het is ook een noodzakelijk kwaad dat we deze plaats aandoen. Het is n.l. de uitgelezen plek voor onderhoud en alles wat daarbij komt kijken. We hebben een afspraak voor 28 oktober bij Peake, een van de vele werven hier. We zetten onze UnWind voor een week op de kant, zodat zij dit keer kan uitrusten. Het wordt dan wel weer werken voor ons. We gaan de aluminium romp poetsen met WC eend.....(tip bouwer) en de onderkant krijgt weer 2 nieuwe lagen antifouling (aangroeiwerende verf). Niels heeft de nodige dingen besteld via email en nu maar hopen dat alles er ook is. Vandaag de nodige bedrijven afgelopen en afspraken opnieuw bevestigd. Het "te doen" lijstje is alweer behoorlijk gegroeid, maar er zitten ook allerlei verbeteringen bij, die we in de loop van onze trip hebben opgespaard. Morgen halen we de zeilen eraf en brengen deze naar de zeilmaker. We willen een extra rif in het grootzeil laten maken en hopen dat de spinaker (gekleurde voorzeil) nu echt afdoende wordt gemaakt. De meesten cruisers hier hebben een "laten doen" lijstje. Ze leggen de boot op de wal en gaan voor een tijdje terug naar hun land/familie en (hopen) dat alles is gedaan als ze terugkomen. De praktijk bewijst dat het zo niet altijd werkt.











vrijdag 18 oktober 2013

Een dag uit een cruisersleven

Je hebt zo van die dagen dat alles van een leie dakje gaat. 
Voor het ontbijt baantjes trekken rondom de boot. Honderden kleine vissen zwemmen met je mee en onder de kiel hangen er wat stoere Geepe koppen op de loer voor een lekkere snack.
We hebben koffie met roze koeken en brood met oude kaas. 
We krijgen van Patrick en Marie ( buurboot Skoiern) een kam "hand pikt" bananen en avocado's. 

                    

Via internet dan eindelijk, na veel heen en weer gemail, bericht dat het kapotte onderdeel van de boegschroef wordt opgestuurd.


 De lokale "bjoeties" poseren maar wat graag!

De dieselprijs is hier van voor de oorlog en zo goedkoop hebben we het nog niet gehad. TTD 1.50 of R2.40 of €0.20. Zo vul je je tank met veel plezier en kopen we 2 extra jerrycans als voorraad, maar eerlijk gezegd dan worden we toch "genaaid" met de benzine- en dieselprijzen, die je elders of in Nederland betaald. Niet te lang bij nadenken.
Bij de lokale visafslag luidt de "conch shell", er is weer verse vis. Alles wat je hier koopt: groente, fruit of vis gaat per pong of te wel een pondje. Zo kan het zijn dat je de ene keer een pong uien koopt en 4 stuks krijgt en de volgende keer bestaat de pong uit 7 uien. 
We hebben die dag lekker een pong tonijn en eten we die avond tonijntartaar met gember dressing. 
Nu heb ik van huis uit mee gekregen "prijs de dag niet voor die voorbij is". Het is weer een waarheid als een koe, want ook al is het dan de volgende dag krijgen we opeens de dieseldop van de boot niet meer open. Hier wordt Niels dus helemaal ziek van, zonder enige aanleiding zit de dop muur en muurvast. Er moet een hamer aan de pas komen en we verkl.ten een lierhandel, maar dan eindelijk is de dop los. Weliswaar los, maar het schroefdraad kapot. Kortom, zo heeft Niels iets van zijn "to do list" kunnen schrappen, komt er weer wat anders voor in de plaats. 
Dit is andere kant van het cruisers leven, maar zeker niet alleen bij ons. Je krijgt echt de indruk dat iedere cruiser constant alles aan het repareren is of problemen aan het oplossen is. Of het helemaal waar is of dat het een excuus is om het "niets doen" te camoufleren laten we maar in het midden.



woensdag 9 oktober 2013

Richting de Caribbean

De misthoorn van de Southern Cross klinkt over het water als we op dierendag vrijdagochtend 4 oktober de ankerplek van Domburg verlaten. We worden uitgezwaaid door Mieke en George en het getoeter bij vertrek maakt het speciaal. Het was een heerlijke en ontspannen tijd in Suriname. De plek op de rivier waar we lagen, de mensen die we hebben leren kennen en natuurlijk het eten. Het weggaan en afscheid nemen, waar je altijd over leest, is nu een feit en valt zwaarder dan we dachten. Het is vreemd, we kiezen ervoor om steeds te verplaatsen en toch hecht je je na een tijdje aan mensen en omgeving. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat er vrij veel cruisers hier blijven steken, hetzij omdat de oversteek vanuit Europa en het cruisen hen tegenvalt of omdat ze op het einde zijn van hun cruisers avontuur en niet terug willen/kunnen naar "huis". Het geeft in ieder geval altijd veel gesprekstof bij de Parbo borrel.


Op de laatste avond geven we Huib een aandenken voor het Domburg zeilershonk. 
We hopen dat dit navolging zal krijgen van andere zeilers. De Euro munten op het bord zijn Huib's eerste verdiensten van de pas gelegde boeien.

Met de stroom in de kont zijn we ruim 3 uur later weer bij de monding van de Surinamerivier en koersen we richting open zee. We moeten echter toch nog snel de kiel ophalen in de vaargeul, want de dieptemeter dropt snel naar 3,5 meter. Er staat een lekkere wind en gaan we het eerste stuk aan de wind richting Tobago, een tocht van zo'n 475 zeemijl. We klokken een etmaal later 185 mijl op de teller en als het zo doorgaat berekenen we, zijn we er binnen een "poep en een scheet"! Mooi niet dus. Op zaterdagmiddag laat de wind ons in de steek en moeten we het doen met 3 knopen wind. Dit schiet dus helemaal niet op en gaat de motor bij. 
Sinds Suriname hebben we een probleem met de generator. Het zg. vliegwiel voor de waterpomp is compleet uitgesleten en nadat Niels contact heeft gehad met Cummins, wordt ons beloofd het onderdeel te vervangen. Gevalletje garantie! Hun plan is om iemand van Trinidad naar Suriname te laten vliegen om dan het onderdeel te vervangen!! Niels stelt voor dat het onderdeel wordt opgestuurd en dan zelf te installeren, hij heeft het er tenslotte ook uit moeten halen, maar dit wordt weggewuifd. Al met al zijn alle vluchten vol en nu is het plan dat het op Tobago wordt geregeld.
Inmiddels is het bruine water veranderd in diepgroene kleur en dagelijks hebben we bezoek van dolfijnen. Het is warm en zweterig, maar we koelen af met zeewater. De nachten zijn vol met sterren en als we dichterbij Tobago komen we in de scheepvaartroute en wordt het ook drukker met de grote schepen. Iets meer opletten dus. De wind trekt aan en we gaan weer als een speer. We rekenen uit dat we in ieder geval overdag aan komen. Het gaat echter zo snel dat we al op maandagochtend het groene eiland in de verte zien liggen: "land in zicht".... We willen naar Charlotteville en om hier te komen kun je boven langs de Melville Islands of je neemt de zg. "short cut". Je vaart dan tussen Tobago met Pointed Rock als uitstupsel en de Melville en St. Giles islands. We gaan voor het laatste. Het blijft altijd spannend, wat doet de stroming, drift, wind en .......rotsen. Alles verloopt prima en met een gecontroleerde gijp, maken we de laatste slag en zeilen we naar de "Man of War Bay". Hier aan ligt het plaatsje Charlotteville en valt het anker in 16 meter diep water. We zien de Skoiern (Franse boot, die we in Brazilie en Suriname ook zijn tegengekomen) weer. 
Nu is het zaak om ons binnen 2 uur te melden bij de authoriteiten. Zo heeft elk land zijn regels en zullen we ons daar aan moeten schikken. Inmiddels zijn we een geolied team bij aankomst en is alles zo aan de kant en bijboot weer in het water. Haren in de plooi en met lange broek staan we even later weer zwaaiend op de wal. Het inklaren kost hier geld, maar dat trek je ook hier uit de muur. Alles zit lekker dicht bij elkaar, wat kan het leven soms eenvoudig zijn. 
Inmiddels is het alweer dinsdag, klokje rondgeslapen en wat we voor de rest gaan doen moeten we nog uitzoeken. Een ding is zeker, we nemen voor het eerst een duik in the Caribbean Sea!


De Tobago/Trinidad Pilot beschrijft de passage noord van Tobago als volgt: "There is plenty of water between St.Giles Islands and Pointed Rock, but the presence of a nasty sunken rock in the middle of the fairly narrow channel makes it challenging".
Het was zeker uitdagend en we kregen ook een flinke swieper van achter, maar uiteindelijk goed te doen.


"London Bridge" net na de lastige passage noord van Tobago. De zee is direct weer rustig.

zaterdag 28 september 2013

Zweet, Zadelpijn en Zilte wereld

We liggen nog steeds op de Surinamerivier en we worden bijna dorpsgenoten van Domburg. Vrijwel elke doordeweekse avond drinken we met enkele hier gevestigde Nederlanders en mede cruisers een Parbo biertje. 
We krijgen incognito, vermomd met haarkapje en oranje jas, een rondleiding bij de "vissers". Dit zijn Nederlanders, die hier 5 Hollandse kotters hebben varen en de gevangen vis naar diverse landen exporteren. Zo maken ze voor de Japanse markt Surimi. Het is erg leuk om te zien wat er met de 'Wit Wittie' (de vis die gebruikt wordt) gebeurd en het hele proces van vis tot eindproduct te volgen en te proeven.
Een enthousiaste Nederlandse ondernemer is hier uit hobby een marina in spe begonnen met diverse faciliteiten voor de passerende zeilers. Het is een uitstekende lokatie zo aan het water en er worden tips en ervaringen gedeeld. Ook wordt er natuurlijk over Nederland en Suriname geroddeld, zoals we dat in Zuid Afrika ook doen. Alle aspecten zoals de politiek, criminaliteit, culturele verschillen, het Koningshuis en Prinsjesdag passeren de revue. 
Afgelopen dindag zijn er 12 boeien in de rivier gedropt, waar je met je boot aan kunt liggen. Dit is een hele verbetering, omdat het hier behoorlijk kan stromen en er al een paar boten van het anker zijn afgeslagen en op drift zijn geraakt. Het is ook fijn wanneer je voor enkele dagen weggaat of zoals sommigen teruggaan naar Nederland. 


De boeien worden gelegd in de rivier. Op de achtergrond onder het blauwe dak, zitten we dagelijks aan de borrel.

                      

De boeien bestaan uit een blok beton aan een staaldraad en ketting. Een hele verbetering.

We hebben voor een week fietsen gehuurd en via Paramaribo de rivier overgestoken met een korjaal. Je belandt dan in het district Commewijne, waar de bevolking voor een groot deel van Javaanse of Hindoestaanse afkomst is. Het is leuk om zo de verschillen in cultuur te zien. Zo zijn de erfen van de Javaan vol met planten en bloemen en de Hindoestaan heeft een aangeharkt erf met vaandels aan bamboestokken. Commewijne district heeft het fort Nieuw Amsterdam en de voormalige koffieplantages. Het landschap zelf is net Nederland met zijn polderweggetjes, alleen er zijn een paar grote verschillen: fietsen aan de linkerkant, temperatuur dik boven de 30 graden en geen knotwilgen, maar bananenbomen langs de kant van de weg. 
Ook fietsen we verder het district Para in, waar Domburg in ligt. Al met al fietsen we elke keer dik 60 km, dus eindelijk weer eens het luie en vele zweet eruit fietsen en dit gaat heeeel gemakkelijk met deze temperaturen. 

  
De opening aan de overkant is de ingang vanuit zee naar de Commewijne rivier en de Suriname rivier


We steken met onze fietsen op een traditionele korjaal de Suriname rivier over


Als een echte kaaskop op de fiets.

Eerst wilden we nog een paar dagen de jungle in, maar hebben daar van afgezien. Na wat meer informatie te hebben ingewonnen en onze tocht naar Brownsberg realiseren we ons dat waar we zelf wonen ook prachtig bos (jungle, zoals ze dat hier noemen) is en we onder een waterval kunnen staan. De tours zijn vaak erg commercieel, maar komende met vakantie vanuit Nederland is het natuurlijk wel een avontuurlijke trip. Ook vonden we de prijs die ze voor een 4 daagse tocht rekenen een beetje buiten proporties. Overigens zijn de blanke toeristen die je hier ziet vrijwel uitsluitend Nederlanders.
We genieten hier ook nog steeds van de Nederlandse producten en hebben ook aardig wat voorraad ingeslagen voor nu en de komende tijd. Wellicht op St. Maarten en bij de ABC eilanden zal dit nog kunnen, maar daarna is het over. 

Een beetje laat, maar we staan met een artikel in het Nederlands digitale tijdschrift de Zilte Wereld! De directe link is www.ziltmagazine.com en het editienummer is 89, pagina 125.



Kaapstad, daar waar het ooit begon.

dinsdag 17 september 2013

City life of Domburg

Op het moment is het met de boot tobbedansen op de Surinamerivier. Er staat een hoop wind en dit samen met de tegenover gestelde stroming maakt dat elke boot als een drol in een pispot rondgaat. Op de 10 meter diepe ankerplek heeft elke boot gemiddeld 50 a 60 meter ketting uitstaan en dit houdt in dat je draaicirkel erg groot is. Helemaal met de kentering is het op sommige momenten net alsof je naar elkaar toevaart en zo lig je voor je gevoel weer midden op de rivier. 
Inmiddels is het dorp Domburg alweer een week onze woonplaats en kennen we de "klappen van de lokale zweep". Zo valt er standaard een bui aan het einde van de middag, is de gemiddelde temperatuur overdag 33 graden, is Parbo bier de nationale drank en zijn parkietjes de grote liefde van de mannelijke Surinamer. City life hier bestaat uit 3 Chinese supermarkten, 2 groente stallen, politiebureau, een dokter, benzinepomp, ATM, internet cafe en het zg. Waterfront van zo'n 30 meter waar alles gebeurt. In het weekeinde is het een drukte van belang met de lokale bevolking, die hier komt uitwaaien. Er zijn diverse Javaanse warungs (eetcafes), waar je lekker nasi, bami en andere dingen kunt eten. Er is ook patat, Mora kroketten en bitterballen, wat een feest! De mensen zijn ontzettend vriendelijk en altijd in voor een praatje en ja, lekker in het Nederlands!


Plantage Laarwijk, aan de overkant van het water van Domburg, met een traditionale Korjaal op de achtergrond

                 

Warung "Domburg", op dit moment onze favoriet. We eten er nasi goreng, zoute soep (saoto) en het roze goedje is dawet ( Javaanse drankje op kokos basis).

Doordeweeks vind je aan het eind van de dag een groep Nederlanders, een bonte mix van zeilers, ex-zeilers en bakra's (andere naam voor Nederlanders), die hier aan land wonen. De een is blijven hangen na een zeilend leven en anderen hebben nog lopende bedrijven of zijn met (vervroegd) pensioen.
Een van de Nederlanders heeft het initiatief opgepakt om hier een kleine marina ( Huibs Habour) te maken. Inmiddels is er een overkapping met terras gemaakt, toiletgebouw is in aanbouw en een drijvend ponton voor de bijboten zit in een container, die onderweg vanuit Nederland is. Nu had het op 1 september al klaar moeten zijn, maar hier duurt het allemaal wat langer. Het zal een hele verbetering zijn, want op het moment is het armoe zonder dit soort luxe. We douchen wel aan boord, maar met 'min min' water, aangezien je het zelf met je jerrytanken weer moet aanvullen. Het water halen is bij een klein kraantje, waar de druk niet al te hoog is, dus duurt het even. We hebben geen klachtes, want er is tenminste water...  Het plan is om volgende week mooring boeien uit te zetten.  

Inmiddels ook Paramaribo in vogelvlucht bezocht. We krijgen samen met een Spanjaard en een Frans echtpaar, die ook in de rivier liggen een lift van Mieke. Zij woont met haar man op een motorboot en is een echte ambassadeur voor Suriname. De een moest stempelen en de anderen uitchecken bij de Vreemdelingen Politie. Al het officiele gebeuren gaat hier gemoedelijk en we zijn snel klaar. We hebben sinds tijden een echte tompouce bij de koffie en worden door Mieke de stad doorgereden. Zo zien we een Blokker en andere bekende winkels. Alle grote supermarkten zijn eigendom van de Chinezen, maar ze hebben wel Hollandse spullen. We hebben een kar vol snaai: roze- en gevulde koeken, ontbijtkoek, beschuit en er is volop keuze uit vleeswaren en echt bruin brood. Een keer raden wat er die avond op het menu staat. Rundervinken, bloemkool en aardappelen. 

Doordat ik niet zo snel ben met deze blog zijn we ondertussen al een tweede keer naar Paramaribo geweest. Nu om de toerist uit te hangen. We zien "het witte huis" waar Desi Bouterse woont, deze kijkt uit over de Surinamerivier. Dit schijnt ook de reden te zijn, dat er geen jachten meer op deze plek in de Surinamerivier mogen liggen, want meneer de President schijnt niet zo van de Nederlandse vlag te houden...... Het centrum is werelderfgoed, maar er moet nog een hoop gebeuren. Suriname is door het roemruchte verleden een grote smeltkroes van verschillende culturen. De vele geloven gaan prima samen, zo zie je in de Keizerstraat een moskee met als buren een Joodse synagoge. 

                           

Het centrum van Paramaribo met zijn traditionele huizen is UNESCO werelderfgoed.


Heeft nog een likje verf nodig, maar dan zal het resultaat weer prachtig zijn.

                            

Koningin Wilhelmina voor het Fort Zeelandia. Het fort heeft een roerig verleden achter zich, met als de meest recente gebeurtenis de decembermoorden.


De Surinamerivier met in de verte de Wijdenboschbrug 

We bezoeken Brownsberg, dit is een natuurgebied zo'n 3 uur rijden vanaf Paramaribo. Je rijdt via de "high way" door de districten Para en Brokopondo om er te komen. Onderweg passeren we het sportcomplex van Clarence Seedorf. Door dit initiatief hoopt hij de jonge generatie voetballers te motiveren en een kans te geven. In het gebied waar we rijden wordt ook nog naar goud gezocht. Ze gebruiken hier kwik voor, dus helaas niet de meest milieuvriendelijk manier. 
Vanaf de berg zie je het Brokopondo stuwmeer, wat in de jaren 60 is aangelegd. Hierdoor kwamen de Marrondorpen -gelegen in het dal- onderwater te liggen. Voor deze bevolking werden dan weer op de hoger gelegen oevers dorpjes gebouwd. In het meer wat ontstond, vind je nog steeds deels intacte houten gebouwen.


De dorpjes, die verplaatst zijn naar hoger gelegen delen. 

Het gebied lijkt qua begroeiing op Brazilie en Zuid Afrika. We horen in de tropische bossen de brulapen en de baardsaki's. De vogel, met als bijnaam "de bospolitie", ik ben de Latijnse naam vergeten, waarschuwt de rest van de vogels als we in de bossen richting de Leo Val (waterval) lopen. Het is heerlijk om -net als in de ouderwetse "FA" reclame- onder de stralen van de waterval te staan. Onze gids Boykie (zo heet onze kat thuis ook....) weet met veel humor een hoop te vertellen.


Het Brokopondomeer, ook wel W.J. van Blommesteinmeer, op de achtergrond.








    

    

zondag 8 september 2013

Op pad naar Suriname

Terwijl de "kleurenradio" Zon, 107.5 FM, ons vertelt, dat het elke zaterdag een feestdag is, liggen we voor anker bij Domburg in de Surinamerivier. Het is lekker om Nederlands over de speakers te horen. Inmiddels hebben we de eerste krentenbollen alweer op, is er speculaas bij de koffie en ligt er oude kaas in de koelkast. We zijn en blijven kaaskoppen, zelfs na 11 jaar verblijf in ZA.
De overtocht van Iles du Salut naar Suriname was een zogenaamde 'korte' tocht en deze vallen ons altijd tegen. De wind was minder dan voorspeld, dus de planning die we gemaakt hadden kwam niet uit. De wind komt pal vanachter, dus we moeten met de asymetrische spinaker en de koers spelen om de vaart erin te houden. Desondanks moeten we de motor zo nu en dan bijzetten om op tijd bij de monding van de Surinamerivier te zijn. 
Het wil ook maar niet lukken met het vissen van Niels. Om toch nog voor Suriname te kunnen Bloggen, dat hij eindelijk wat heeft gevangen, gooit hij en de hengel en een klos met lijn eruit. Door het afkruisen met de spi -waardoor de koers van stuurboord naar bakboord gaat- zijn de lijnen door elkaar gegaan. Zo zijn we lekker een tijdje zoet om het boeltje te ontwarren. Niels houdt het voorgezien, stopt de hengel in de houder en deze komt er voorlopig niet meer uit. Tot op heden is het tussen Niels en vissen nog steeds geen liefde. 
Het is een prachtige nacht vol met sterren, maar ook met vissersbootjes, waar we al slalommend omheen moeten. Het is altijd een extra stress factor, aangezien je geen idee hebt waar en hoe hun netten liggen. Dan neem je maar een ruime marge en is het "op goed geluk". Ook lezen we voor vertrek nog een verhaal van een Engels echtpaar over vermeende piraterij voor de kust van Suriname. We weten echter ook dat velen deze route zonder problemen hebben gedaan, maar we varen die nacht toch zonder verlichting en houden elke visser nog iets meer in de gaten. 
De kust voor Frans Guyana en Suriname is ondiep tot wel 10 a 15 mijl ver in zee en samen met de modder vanuit het Amazonegebied kleurt het water bruin. De aanloop naar de monding van de Surinamerivier duurt voor ons gevoel uren en de stroom die dwars op de aanloop zal staan -waardoor we naar een kant worden weggezet- doet ons besluiten om een stuk af te steken. Dit leek een goed plan, totdat we vlak voor de kust een heel gebied met prikken (stokken met visnetten) tegenkomen en we zodoende toch weer moeten afbuigen richting de officiele betonning. Voor de zekerheid trekken we de kiel omhoog, zodat we wat minder diepgang hebben en zijn al lang blij dat we deze aanloop niet 's nachts hoeven te doen. We weten dat vanaf 13hr30 de stroom in de Surinamerivier begint mee te lopen en wanneer we er met 2 uurtjes vertraging om 15hr30 aankomen, hebben we een dikke 3,5 knoop stroom in de kont en dat schiet lekker op. We lopen daarmee een dikke 8 knopen over de grond. De betonning is prima te volgen, dus de navigatie is eenvoudig. Onze grootste zorg is meer dat we niets in de schroef krijgen, want er drijft genoeg aan takken en complete boomstammen. De dieptemeter raakt door het modderige water ook van slag en gaat in alarm, maar gelukkig hebben we nog een andere bron. De rivier splitst zich iets verderop in de Commewijnerivier, maar wij gaan naar rechts en vervolgen de Surinamerivier richting Paramaribo. Via de marifoon melden we ons bij MAS (Maritieme Authoriteit Suriname), waar we in keurig Nederlands te woord worden gestaan. Mar heet in een keer weer Mevrouw. Het blijkt alleen dat er voor Paramaribo niet meer geankerd mag worden, dus moeten we verder naar Domburg een kleine 8 mijl stroomopwaarts. We varen samen op met de grote zeevaart, over de soms smalle rivier en zien namen als Nieuw Amsterdam, Voorburg, Dordrecht en tenslotte Domburg in de digitale kaart staan. Het doet ons direct denken aan Zuid Afrika met die Nederlandse invloed en namen. Net voor de donkerte invalt en een imposante bui ons dreigt te bedekken valt het anker in de snel stromende rivier. We zijn moe, maar blij dat we er zijn. We plannen om hier wat langer te blijven, waardoor we niet bij aankomst alweer moeten nadenken over het vertrek. Na het eten en een aankomst-neut gaat het licht letterlijk en figuurlijk snel uit.


Een warm welkom bij de monding van de Surinamerivier. Het is er ondiep en het water is vermengd met zand en modder.


We zijn aangekomen in Domburg en laten het anker net voor zonsondergang vallen.