donderdag 10 maart 2016

Waiheke

26 februari - 5 maart 2016

De zon heeft de laatste maanden de watertemperatuur verhoogd van 17 naar 23 graden. Het is dus geen straf meer om 's morgens het water in te springen. Na een zwemrondje verlaten we Great Barrier Island en worden de zeilen gehesen. Hebben we in het begin nog wind, die kakt bij Cape Coville aan de noordkant van Coromandel helemaal in. Het gemis van de genua doet zich voelen...
Het weer is verder prachtig en we hebben geen haast of afspraken, dus dobberen, zeilen kun je dit niet meer noemen, met 3 knopen door het water richting Waiheke. Gelukkig hebben we aan het eind van de middag nog wat meer wind en plonst het anker net voor het donker aan de oostkant van Waiheke in het 7 meter diepe water van Waiti Bay. 37 Nm in ruim 9 uur, niet echt om over naar huis te schrijven.


Vanuit de Opopo baai op pad naar Stony Battery, de lava brokken liggen verspreid over de heuvels.


Stony Battery, in alle haast gebouwd om Auckland te beschermen ten tijden van WW2. Naast de kanonnen was er een ondergronds netwerk van tunnels.


De wijngaarden van Man O' War wine estate.

Hebben we onszelf een wine tasting bij Man O' War beloofd, blijkt er die zondag een luxe fundraising functie te zijn en is alles volgeboekt. Ondertussen vliegen de helicopters met gasten over ons heen en komen de Auckland ferries en andere boten op de ankerplek aan. Tijd om te gaan dus.....
Via de zuidkust is het genieten van de mooie huizen aan de waterkant. Onderweg komen we de Feelin' Good nog tegen en besluiten om naast ze te ankeren. We hebben een gezellige borrel en kletsen bij. 
De volgende dagen gaan we al hoppend van ankerplek naar ankerplek en komen we uiteindelijk aan in Huruhi Bay, waar we een goede uitvalsbasis hebben om Waiheke te ontdekken. 
Het eiland staat bekend om zijn wine estates en is populair bij de dagtoeristen, die massaal door de ferries vanuit Auckland op en neer worden gebracht.
In het begin heb ik zo iets van: mauh, wat een drukte allemaal, maar mijn mening wordt positief bijgesteld. De wandelingen op dit vlakkere eiland zijn prachtig en bij het dorpje Oneroa is de cappuccino weer erg lekker. De mentaliteit en het verkeer is er wel wat stadser dan we gewend zijn in NZ. Aan de westkant van het eiland zijn vele particuliere initiatieven, waardoor beplanting en de daar bijbehorende vogels weer terugkeren.


De westkant van het eiland met op de achtergrond het vasteland van Auckland.

Na een heerlijke lunch en een paar glazen wijn bij wine estate Te Motu verzamelen we weer moed om met zware benen toch richting Dead Dog Bay te lopen. Hier moet een wetland en sculpturen tuin zijn. Het is een behoorlijke tippel omhoog en naar beneden en ook de wijn en lunch tellen zwaar. Het is mooi aangelegd, maar de tuinman is waarschijnlijk ontslagen, want hier en daar zijn sculpturen "verdekt" opgesteld. Het is een mooie afsluiting van de dagen op Waiheke. Morgen vertrekken we naar Auckland.


De wijnranken bij Te Motu
  
                                       
                                                                                                                                                       
Een uit de kluiten gewassen "Amsterdammertje" in het Sculpturen park


donderdag 25 februari 2016

Aotea / Great Barrier Island

13 - 26 februari 2016

Het is een vroege start richting Great Barrier Island, ruim 50 Nm verder zuidoostwaarts. Het is het meest oostelijke eiland van de Hauraki golf met zo'n 850 inwoners. Aan de oostkant zijn er lange mooie witte stranden en de westkant heeft prachtige beschutte ankerplaatsen.  
Gelukkig komt het weerbericht uit en trekt de wind aan, zodat we het grootste deel kunnen zeilen. Aan het einde van de middag komen we aan in de rustige Karaka Bay. Hier is het een waar spektakel met de Australasian Gannets, een zeevogel. Ze laten zich als een baksteen in het water vallen, in de hoop op een lekker visje. We hebben gelezen dat ze wel tot 6 meter diep gaan om ze te pakken. Onze angst onderweg is dat ze op ons aas van de vislijn duiken die we soms achter ons slepen. We hebben dat 1 keer in Brazilië gehad en dat was waardeloos. Voordat we het in de gaten hadden was de vogel verzopen.


Alfred, een brown teal (Pateke), is onze eigen "confit de canard". Achteraf lezen we dat het een zeldzame eendensoort blijkt te zijn en dat 2/3 van dit ras op Great Barrier leeft. Hij komt regelmatig terug in de 2 dagen dat we er zijn en geven hem brood en havermout. We krijgen er een volgescheten boegspriet en dek voor terug. Het inspireerde ons de volgende dag om het teak dek weer eens met zout water te reinigen. Elk nadeel heeft zijn voordeel.....

In de avond valt de wind helemaal weg en liggen we als in beton gegoten. Hierdoor weer heerlijk kunnen slapen, want de laatste nachten bij de Poor Knights hield de rollende deinig en de afstand tot de kliffen ons toch behoorlijk wakker.

 
Prachtige licht bij de zonsondergang in Karaka Bay

De dag erop verhuizen we maar liefs 2,5 mijl !! verder naar Port FitzRoy. Het is een gehucht met een infostand, winkel, kliniek, hamburgertent (lekkere burgers!) en een paar huizen. We vergaren bij de infostand de nodige informatie over het eiland en wandelingen. Vanaf de ankerplek zagen we lange hekken op het land en vroegen ons al af wat dit precies was. Het blijkt dat dit hekken zijn om ongedierte tegen te houden. Op de meeste eilanden is het een gevecht om ratten, muizen en andere soorten tegen te gaan. Een deel van Great Barrier Island blijft nu pestvrij door deze hekken. Ze worden vaak gesponsord door WWF en privé personen.
De weersvoorspelling voor de komende dagen is niet geweldig en we willen graag naar Mount Hobson wandelen, de hoogste berg op het eiland. Het plan is om op dinsdag de postbus naar Windy Canyon te pakken en daarvandaan de route omgekeerd te lopen. De volgende dag is het al buiig weer, maar gaan we toch op pad om in ieder geval de benen te strekken


Rarohara Bay.

Na eerst de Bridle en Warrens Track te lopen besluiten we toch de stap te wagen en voor Mt. Hobson te gaan. Welliswaar andersom dan gepland volgen we de South Fork Track naar de top. Het is een gevarieerde tocht met stukken door een rivierbedding. We moeten regelmatig het water kruisen en krijgen natte voeten. We krijgen meer buien en daardoor worden de paden glad. Het maakt het lopen er niet eenvoudiger op. Het is soms behoorlijk stijl, maar via aangelegde trappen op kritieke punten komen we aan bij de berghut van Mt Heale. We schuilen hier even en eten zoals echte wandelaars even een boterhammetje. Het is nog een stijle klim van zo'n 45 minuten tot de top. Gelukkig klaart het weer op en hebben we bij aankomst prachtig uitzicht over het hele eiland. Via de Windy Canyon dalen we met vele traptreden af naar de oostkant van het eiland. Nu maar hopen dat we een lift kunnen krijgen, anders wordt het nog een lange tocht van 12 km naar de haven. We hebben mazzel en kunnen meerijden tot de "Old Lady Track" wat naar FitzRoy leidt. Dit was in verhouding een kleintje....., maar de vermoeidheid gaat nu meespelen en we zijn blij wanneer we terug aan boord zijn. Tevreden nemen we een borrel.


Hangbrug over de Kaiaraara rivier, die we daarna regelmatig moeten kruisen.


De rivierbedding met de nodige restanten van de storm van 2014, waar Kauribomen als lucifershoutjes zijn afgeknapt.


Uitzicht vanaf Mt. Hobson (627 mt.) ook wel Hirakimata genoemd. De Maori naam voor deze heilige berg.


Dit keer geen rood met witte stippen, maar adelijk blauw. We denken eerst het is nep maar komen er later meerderen tegen.


Windy Canyon

Uiteindelijk komt het verwachte slechte weer over met in de nacht de meeste windstoten. We waren er op voorbereid en steken zo'n 80 meter ketting in 15m diep water. Na de morgen, waar we genoeg neerslag krijgen voor de komende week, klaart het op en zie je iedereen weer uit de luiken komen.
Ook wij verkassen naar een andere baai, waar het water bruin gekleurd is door het water wat uit de bergen stroomt. We wachten op laagwater en gaan op mosselvangst, Boopers bedankt voor de tip! Dit is meer in ons straatje dan vissen. Deze blijven tenminste zitten...... In een halfuurtje zit de emmer vol en keren we terug. We gaan gelijk anker op naar een volgende baai.


Onbeperkt mosselen eten bij Flat Island. Mar maakt er weer iets heerlijks van. 

We vinden een mooie plek tussen The Broken Islands, waar we "diep gras" wandelen, een variant op "tief schnee" skiën. We zullen hier een volgend zwak front uitzitten. De eilanden beschermen ons van de verwachte zuidwesten winden. We liggen hier helemaal alleen en met een prachtige avond genieten we van de Ghost Bay mosselen. Het is een kleinere variant dan de greenlip mosselen, die we hier eerder aten, maar vinden deze veel lekkerder. Ze lijken meer op de Zeeuwse Dingemans.
Whangaparapara wordt daarna aangedaan met weer twee mooie wandelingen. Bij aankomst gaan we naar Te Ahumata, een klim naar 397 meter. 


Niels in de Hot Water Spring en echt het water is zeker 35 graden.

De volgende morgen gaan we via de oude Tram Trail track, daar waar vroeger de Kauribomen over werden vervoerd, naar de Hot Water spring van Kaitoke. Ook hier een mooie Maori legende. Het hete water zou mede door de mineralen een helende werking hebben. Welliswaar met je billen op een bodem van bladeren waarvan je niet weet wat er nog meer zit, maar heerlijk warm. Compleet "geheeld" vervolgen we onze trip via unieke wetlands en lopen we terug naar de haven. Één nacht op deze plek vinden we genoeg en gaan na onze wandeling meteen weer anker op.
Op weg naar Tryphena Harbour zien we 2 Bryde walvissen zwemmen. We proberen dichterbij te komen, maar ze stellen onze interesse niet op prijs. We laten ze dan ook met rust. Altijd weer bijzonder en leuk om te zien. 


Niet heel erg duidelijk, op het moment dat je ingezoomd bent, duiken ze alweer onder.

In het ondiepe water van Malberry Grove wordt de onderkant van de boot aangepakt. De bootsnelheid was teruggenomen, dus tijd voor aktie. Niels gaat met perslucht de schroef te lijf, deze zit vol met kokkels. Ikzelf ga de strijd aan met de enorme hoeveelheid van alg inclusief wormachtige beestjes. Hele wolken komen er vanaf en verplaatsen zich op onze duikpakken. Die engerds hebben een soort van tentakels en grijpen zich overal aan vast. Als we "klaar" zijn, zitten we zelf helemaal onder. Ik gruwel bij de gedachte dat ze in mijn oor en weet ik waar nog meer kruipen! Gelukkig houden ze niet van zoet water en verdwijnen ze door het putje.

                        

Alweer een prachtige tramping track naar Island Bay.

Inmiddels hebben we al een week het mooiste weer van de wereld. De wind is niet veel, dus stellen we het vertrek naar Waiheke Island richting Auckland steeds voor ons uit. Volgens Auckland Maritime Radio moet er vrijdag weer wat wind komen, dus dan zullen de zeilen hopelijk weer omhoog gaan voor de 30 mijl trip.


zondag 14 februari 2016

Cape Brett & Poor Knights Island

9 - 13 februari 2016.

Samen met de Bounty verlaten we nu echt Russell. Het weer is wisselvallig met buien in de lucht.
Met een aandewindse koers en behoorlijk wat binnenrollende deining is het weer ouderwets zeilen om bij Deep Water Cove te komen. We kunnen alleen ons kotterzeil gebruiken, dus zijn we wat ondertuigd, maar dat mag de pret niet drukken. Een paar keer overstag in deze omstandigheden en de nodige stroom zorgen er weer voor dat we moeten nadenken. De afgelopen tijd hebben we meer motoruren dan zeiluren gemaakt. De korte afstanden van baai naar baai en gewoon luiheid zorgen ervoor dat we het zeil niet eens omhoog trekken. Voor Niels erg ongebruikelijk, maar er treed waarschijnlijk ook bij zeilen een verzadiging op, waardoor je kiest voor gemak en comfort. 
Het anker ploft op 10 meter diepte in een prachtige baai, waar de wind volkomen verdwenen is. De volgende dag maken we een prachtige, maar pittige wandeling naar Cape Brett. De voldoening is groot en we genieten van onze meegebrachte boterhammen pal onder de vuurtoren. René en Paulien vertrekken de volgende dag verder naar Whangarei. Wij hebben minder haast en blijven nog een nachtje liggen. Niels heeft nog wat klusjes te doen en 's middags gaan we met de bijboot naar de boei, waaronder van de gezonken Canterbury moet liggen. We hebben al onze duikspullen mee en vooraf zelfs getest aan boord, maar bij aankomst blijft Niels zijn regulator blazen. Ik ga nog een stukje naar beneden, maar het zicht is niet geweldig en dieper alleen doe/mag ik niet. Helaas zijn we de enige boot, waardoor de mogelijkheid om met anderen te duiken vervalt. Jammer, maar helaas.


Onze "lunch" spot: de vuurtoren bij Cape Brett.


Als je de lijn verder volgt kom je vanzelf uit bij het wrak van de Canterbury. Deze ligt op zo'n 30 meter.


Hole in the Rock, een echte toeristentrekker. Bovenop is er zelfs een platform waar een helicopter kan landen. 


De vuurtoren nu vanaf het water wanneer we onderweg zijn naar de Poor Knights eilanden.

De Poor Knights Islands wordt onze volgende bestemming, zo'n 30 Nm zuidoostwaarts. Er staat weinig wind, dus is het overwegend motorzeilen. De onbewoonde eilanden staan bekend om het duiken en snorkelen. Ook is het een vogel-en marinereservaat met de nodige restricties. Verboden om aan land te gaan en te vissen. 
Het valt niet mee om een geschikte ankerplek te vinden. Het water is erg diep en alleen dicht bij de hoge rotswanden is het een meter of 10, maar die plekken zijn al bezet door 2 andere boten. Het anker valt uiteindelijk in 28 meter diep onbekend water. We hopen maar dat hij niet achter een rots haakt als we anker opgaan....
De plek is prachtig en er zwemt volop vis rondom de boot, je hebt ze voor het uitkiezen..... Frustrerend want onderweg hebben we voortdurend een vislijn uitstaan, maar je raadt het al geen vis! Overdag zie je weinig vogels, maar 's avonds hoor je ze des te meer. Met een zaklamp schijn je tegen de onderkant van de vleugels.
Helaas heeft dit paradijs ook zijn "slang", alleen in de vorm van muggen. Zodra de schemer valt, moet alles dicht op de horren na. Ach, gelukkig valt er mee te leven.


Het anker valt in 28 meter diep water, gelukkig hebben we een elektrische ankerlier!


Snorkelen bij Nursey Cove-Poor Knights Islands. De bodem is bedekt met kelp, een dik soort zeewier.

   
Genoeg vis onder onze boot, maar ja, je mag hier niet vissen!

   
Ze zijn ook eigenlijk te mooi om op te eten.

  
We varen met onze bijboot in de grot van Rikoriko. De grot is zo groot dat menig vissersboot hier zijn anker laat vallen.



Bye Bye Bay of Islands

9 februari  2016


Tikitiki Island.

Op de kop af is het 3 maanden geleden dat we in Nieuw Zeeland aankwamen. Inmiddels zijn de visa weer met een volgend termijn verlengd. De Maori plaatsnamen komen wat makkelijker uit de mond en het is volop genieten van wat dit land te bieden heeft. Dat laatste heeft bij ons ook de doorslag gegeven om niet één seizoen, maar twee seizoenen hier te blijven. We zullen de NZ winter weer doorbrengen op Zuid Afrikaanse bodem. Inmiddels hebben we een droog plekje voor onze UnWind gevonden. Op 18 maart gaat ze uit het water en wordt Norsand, een werf in Whangarei, haar voorlopige thuisbasis. Wijzelf zullen ergens eind april naar ons thuisland ZA vliegen. In die tussenliggende periode willen we nog een deel van Nieuw Zeeland ontdekken met de auto en tent.
Wat we niet kunnen zien bewaren we voor het volgende seizoen.

Nadat we terugkomen van ons bezoek aan Whangaroa Bay vieren we in Opua het afscheid van Brad en Saskia, helaas gaan zij na een jaar met familie te hebben meegevaren op de Pacific weer terug naar Zuid Afrika, waar het normale leven weer op hen wacht. Roel en Jacomine komen voor de gelegenheid over en blijven een weekend gezellig bij ons aan boord.


We blijven in stijl en met een echte braai nemen we afscheid van "the Stemmetts".

De laatste weken hebben we weer doorgebracht op diverse ankerplaatsen in de BOI, maar Opua en Russell waren de pleisterplaatsen waar we regelmatig terugkwamen of moesten I.v.m. afspraken, droppen van huisvuil en wassen. Een gezellige Oostenrijkse avond aan boord van de Calamaris inclusief "braatfleis und zwiebeln".
De laatste week van januari wordt ook de jaarlijkse regatta Millenium Cup gevaren. Een evenement waar menig zeiler van watertand. Vele jachten, waaronder 10 TP52 racers en superjachten komen vanuit de hele wereld om hier tegen elkaar te strijden. De wind is redelijk voor de 3 dagen durende regatta. Niels gaat mee met een snelle RIB van zeilmaker en sponsor Doyle en ziet alles van dichtbij.


De TP52 klasse racers zijn de formule 1 jachten uit het zeilen met een gemiddelde      
bemanning van zo'n 15 man en vrouw. Ze varen ook veel wedstrijden in de Middelandse zee.



De TP52 klasse onder spinnaker 


De TP52 racers ronden de boven boei. De Kia Kaha is een local, waar we in de Opua
marina naast lagen. Ze zijn even lang als de UnWind.

   
Een 120 foot (40 meter) superjacht. Een van de deelnemers aan de Millenium Cup.

Het plaatsje Russell ging het laatste weekend van januari helemaal terug in de tijd. De klok werd teruggezet naar het jaar 1840. Kororareka heette het toen nog en de hoofdstraat werd ook nu weer "onveilig" gemaakt door de zeeschuimers, handelaren, walvis jagers en dames van plezier. 
Russel werd in die tijd de "Hell Hole" van de Pacific genoemd.... Dat zegt genoeg.

   
De "cast" van het straattoneel.



De tegenpartij.


De burgemeester wordt betrapt en tot de orde geroepen.


Het vlees is zwak... , maar staat op film en ik had de portemonnee!

Op Waitangi Treaty feestdag keren we van Orowaka Bay, waar we 2 dagen het slechte weer hebben uitgezeten, terug naar Russell. René en Paulien hebben wat te vieren, 38 jaar huwelijk, en we gaan heerlijk bij de Duke eten. 
Nog een laatste keer wandelen we naar Flagstone Hill, om vervolgens in de Russell Boat club te eindigen met fish and chips. 


 

vrijdag 15 januari 2016

Cavalli Islands & Whangaroa

Vrijdag 15 januari 2016

Op dinsdag hebben we nog te maken met de restanten van de cycloon Ula. Deze was via Tonga en Fiji beland bij Vanuatu. Hadden deze eilanden vorige jaar de laatste storm van het seizoen, krijgen ze nu de eerste voor hun kiezen met weer vreselijke gevolgen. Hierna zou Ula afbuigen naar Nieuw Zeeland in de vorm van een normaal lagedrukgebied. Het regent wel, maar niet veel.
Woensdag vertrekken we naar de Cavalli eilanden, deze liggen ten noorden van de Bay of Islands. Je moet het een beetje mikken met het weer, aangezien de meeste eilanden behoorlijk open liggen voor oostelijke winden, die hier meestal waaien. We laten het anker vallen bij Motukawanui Island in Horseshoe Bay, ook wel Papatara Bay genoemd. Er is een prachtige wandeling over het langgerekte eiland, waarbij je hoog over de bergrug loopt. 
De volgende dag verkassen we naar North Bay een baai bij hetzelfde eiland. We liggen voor ons gevoel hier te open met valwinden om de boot achter te laten. Het plan is om te gaan snorkelen bij Hamaruru Island, maar het weer speelt niet echt mee. We veranderen van plan en gaan weer ankerop. We motoren om de bovenste eilanden heen weer terug naar de oude ankerplaats. We komen ook langs het wrak van de Rainbow Warrior, die jaren terug door de Franse inlichtingen dienst tot zinken is gebracht. De Rainbow Warrior voer toen actie tegen de atoom proeven op Mururoa en dat beviel de haantjes niet.


Papatara Bay, ook wel Horseshoe Bay genoemd. 


In de verte ligt Motukawaiti Island.


Haraweka en Panaki Islands onderdeel van de Cavalli Eilanden.

Whangaroa Harbour ligt zo'n 8 NM van de Cavalli eilanden verscholen in de kustlijn van het vaste land. Bij binnenkomst zie je de diverse ankerplekken tussen de grillige heuvels. Ik blijf het maar zeggen wat een prachtig land Nieuw Zeeland is. 
Met nog maar 70 cm onder een opgehaalde kiel liggen we voor anker in de Rere Bay, Whangaroa Harbour. Het is laagwater en over ruim 6 uur zal er weer 2 meter bijkomen, hopen we. 
De wandelschoenen worden aangetrokken en de Duke's Nose wordt bedwongen. Het is een korte wandeling met het venijn in de staart. De laatste honderd meters gaan verticaal omhoog. Er hangt een ketting, waar je je met handen en voeten omhoog trekt. De beloning is een prachtig uitzicht over de hele baai.
Terwijl de avond valt komen er nog 2 motorbootjes bij op de ankerplek. die even later pieren of mosselen gaan vangen in de klei van de drooggevallen rivier. 


De Duke's Nose, nu nog vanaf het water.

                       

Een soort van omgekeerde abseilen zoals in de Ardennen.


Een prachtig uitzicht vanaf de Duke. In de verte ligt onze UnWind.


De ingang vanaf zee naar Whangaroa Harbour.

Zaterdag is weer een prachtige dag en na wat klusjes aan boord gaan we de wal weer op. Er is een mooie wandeling langs de rivier en heuvels naar Totara North. Vond ik vroeger natuur en wandelen echt iets voor Grasduinen lezers en oude dozen, moet ik zeggen dat het wel erg leuk is om te doen. Waarschijnlijk behoor ik nu ook tot de laatste categorie.....


Compleet met hoed en ingesmeerd met zonnecrème, de UV stralen hier zijn genadeloos.

donderdag 14 januari 2016

Tall Ships & Kerikeri

12 januari 2016

Na dagen van regen en zonneschijn krijgen we op zaterdag stabieler weer. Gelukkig maar, want op die dag organiseert Russell Boat Club de traditionele "Tall Ship Race". Wij denken dan in grote van wat we op de Sail Amsterdam zien, maar hier blijkt het ietsjes kleiner te zijn. Uiteindelijk zijn het 28 traditionele scheepjes en een heleboel gewone. Het affiche wordt al 25 jaar op jaar gekopieerd, maar ja, de wereld verandert ook in Russel en Nieuw Zeeland. Achteraf tijdens het feestje horen we dat (zoals in vele verenigingen) er 2 stromingen zijn. Degene die het willen houden zoals vroeger en de modernere stroming. Voor ons maakt het niet uit wij genieten toch wel.


Oud en nieuw doen mee aan de "Russel Tall Ship classic race"


Het is uiteindelijk meer een parade dan een race, maar wat doet het ertoe, iedereen heeft plezier.

Er is een grote tent opgebouwd met daarnaast een enorm "graf", althans zo ziet het er uit! Het blijkt een ondergrondse BBQ (umu) te zijn, waarin honderden pakjes met Hangi zijn verborgen. Hangi is het traditionele Maori eten: kip, vlees, aardappelen en groenten. We hebben soortgelijk eten ook in de Pacific gehad. Niet echt ons ding, maar wel leuk om te zien hoe het allemaal bereid wordt. Er is live muziek in de tent en we kunnen weer lekker dansen.


Het feest na de "race"

                   

De ondergrondse umu met daarin de traditionele Hangi.


Het bekende clubje van feestgangers en dansers. België, Zuid Afrika, Nieuw Zeeland en Nederland worden hier vertegenwoordigd.

De volgende dag verlaten we Russell en zoeken we de rust op in de Kerikeri Inlet. 
Hier valt het eerste NZ lam in de vorm van een lamsrack. Principieel heel lang niet gegeten, maar dan nu toch overstag. Wat er afzichtelijk uitziet in de koelvitrine van de slager is -als het eenmaal op je bord ligt- toch erg lekker! Hoezo hypocriet.
Met het bijbootje wordt de volgende dag de ondiepe Kerikeri rivier stroomopwaarts verkend. Het is prachtig varen met mooie huizen langs de oevers en aan het einde van de rivier vind je Kemp House en Stone House. Dit gebied is prachtig bewaard gebleven en heeft een behoorlijke geschiedenis. Strijd met Maori krijgers en handelaren. Missionarissen, die het christendom willen overbrengen aan de lokale bevolking en steeds meer mensen uit het buitenland arriveren, die voor goedkoop land komen. Kerikeri en omgeving was ook het tegenovergestelde van het zedeloze Russell aan de overkant. 


's Morgenvroeg voor anker in de Kerikeri Inlet met nauwelijks wind.


Stone House and Kemp House aan de monding van de Kerikeri rivier.


   De bloemetjes en de bijtjes in de prachtige tuin van Kemp House.


   De Rainbow watervallen bij Kerikeri